Transitie en de fasen

Volgens Rotmans e.a. (2000) is een transitie een structurele maatschappelijke verandering die het resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op het gebied van economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu.

De transitie-fasen laten zien langs welke weg een initiatief/urgente vraag zich kan ontwikkelen. Elke fase vraagt om een ander soort activiteiten, waarbij steeds weer andere actoren betrokken zijn.

In de idee-fase blijkt dat een of meerder partijen een urgentie tot samenwerken hebben op een bepaald thema. Kortom: er ontstaat een situatie om de ontdekkingsreis te beginnen. De vraag wordt verder geconcretiseerd en er wordt een ambitie-document opgesteld

In de inspiratiefase wordt verder gewerkt aan een informeel netwerk van medestanders.

Vervolgens komt de transitie in de planningsfase. Partners tekenen een intentie-verklaring en besluiten met het idee verder te gaan. In deze fase wordt ruimte gecreëerd om te experimenteren.

In de ontwikkelingsfase wordt de business-case verder uitgewerkt

In de verspreidingsfase worden de werkzaamheden gestructureerd en verankerd. De reikwijdte breidt zich uit en er wordt regionaal opgeschaald tot meerdere partners.

Wanneer de transitie gangbare praktijk wordt, spreken we van de inbeddings-fase.

Tijdens elke transitiefase vindt voortdurend evaluatie en terugkoppeling plaats. En we kijken naar  de evaluatie kijken we  naar de fase die volgt.

  • In welke fase bevindt het initiatief zich nu.
  • Doen we wat in de fase nodig is.
  • Hebben we contact met de juiste actoren.
  • Zijn we alert genoeg op eventuele valkuilen in deze fase.
  • Wat moet er nog gebeuren voor de overgang naar de volgende fase.
  • Moeten we een stap terugdoen voor een nieuwe aanloop.
  • Welke fase vraagt nu om aandacht?
  • Welke actoren moeten nog bij deze fase worden betrokken?
  • Welke actie heeft nu prioriteit?